Tandimplantaten

Wat is een implantaat?
Een tandimplantaat is een schroef uit titanium die een tandwortel vervangt om te fungeren als pijler. Het implantaat wordt geplaatst in een nieuw gevormde alveole of in een bestaande alveole op het moment van een tandextractie. Tandimplantaten bestaan in verschillende diameters en lengtes. De keuze van het type en aantal hangt af van verscheidene factoren, zoals het aantal tanden die vervangen dienen te worden, de beschikbare bothoogte en kambreedte en de densiteit van het bot. Nadat een implantaat is geplaatst dient meestal gewacht te worden tot ingroei in het bot (osseointegratie) heeft plaats gevonden voor het implantaat mag belast worden. De duur van deze periode van osseointegratie hangt af van de primaire stabiliteit (i.e. de stabiliteit bij het plaatsen, afhankelijk van implantaatlengte en botkwaliteit). In sommige gevallen is onmiddellijke belasting verantwoord, bij zeer zacht bot in de bovenkaak kan een helingsperiode tot 6 maanden noodzakelijk zijn vooraleer implantaten mogen belast worden. Na deze periode van osseointegratie wordt het schroefje dat het implantaat afdekt vervangen door een hogere dop (healing abutment) waarrond het tandvlees zich vormt. 10-14 Dagen later kan de prothetische fase starten bij de tandarts.


Is afstoting van implantaten mogelijk?
O.w.v. de biocompatibiliteit van de materialen is afstoting in de zin van een allergische reactie onmogelijk.


Hoe verloopt de procedure?
Verkrijgen van een optimaal resultaat bij een implantaatbehandeling vereist nauwe samenwerking tussen patient, chirurg, tandarts en tandtechnicus. Na klinisch en radiologisch onderzoek, wordt het behandelingsplan besproken tussen de verschillende teamleden. Meestal dient een richtplaat in kunsthars te worden vervaardigd die aanduidt waar de implantaten moeten komen en hoe de inclinatie van de implantaten dient te zijn. Minstens 3 dagen voor het plaatsen van de implantaten wordt gestart met mondspoelingen met chloorhexidine, de avond voordien wordt antibiotica-inname gestart. Met deze voorzorgen is het optreden van infectie zeer uitzonderlijk.
Het plaatsen van de implantaten zelf wordt gewoonlijk gedaan onder locale anesthesie. Na een beperkte insnede in het tandvlees wordt het bot blootgemaakt waarin het implantaat dient geplaatst te worden. In sommige gevallen kan zelfs geïmplanteerd worden door het tandvlees door zonder bot bloot te maken (“flapless implant placement”). Gebruik makend van speciale instrumenten wordt een nieuwe alveole gemaakt waarin het titanium implantaat wordt ingeschroefd. Ten slotte wordt het tandvlees over de implantaten gehecht, waarna ze kunnen ingroeien in het bot (osseointegratie). Indien “flapless” wordt gewerkt is hechten overbodig.
Na de periode van osseointegratie worden de implantaten onder locale anesthesie vrijgelegd : het tandvlees wordt opzij geschoven, het implantaat gelocaliseerd en het dekschroefje vervangen door een hogere dop (healing abutment). Het tandvlees ligt tegen dit healing abutment aan en wordt gehecht. 10-14 Dagen later kan uw tandarts de eerste afdruk maken voor de uiteindelijke restauratie. Dit is de beschrijving van het klassieke verloop van de behandeling in 2 fasen. Indien een zeer goede primaire stabiliteit wordt bekomen bij het plaatsen van de implantaten mogen in dezelfde behandelingstijd healing abutments geplaatst worden (éénfazig). In dat geval dienen de implantaten niet meer vrijgelegd te worden in een tweede behandelingstijd.


Wanneer worden implantaten geplaatst?
2-3 Maanden nadat een tand is verwijderd wordt het implantaat geplaatst op de plaats van de ontbrekende tand. Op dat moment is de alveole volledig gevuld met bot. In sommige gevallen, vooral in de centrale zone van de bovenkaak (de esthetische zone), wordt verkozen het implantaat te plaatsen in dezelfde zittijd als de tandextractie (immediate implant placement). Op die manier wordt de vestibulaire botplaat onmiddellijk ondersteund, wordt collaps van deze botplaat voorkomen en wordt het beste esthetisch resultaat bereikt.


Wat kan gedaan worden indien niet voldoende bot (meer) aanwezig is?
Indien tanden verwijderd werden jaren geleden, kan de tandkas zo dun geworden zijn dat niet genoeg bot meer over is om implantaten te kunnen plaatsen. In dat geval kan de kam verbreed worden met een botgreffe die geplaatst wordt tegen de geresorbeerde kam. 4 Maanden later is de greffe gefuseerd met het voordien bestaande bot en kunnen implantaten geplaatst worden. Een gelijkaardige situatie kan zich voordoen in de bovenkaak wanneer de sinusholte zeer laag uitbocht. In dat geval wordt gewoonlijk onder locale anesthesie een sinuslifting uitgevoerd. Hierbij wordt via intra-orale weg het sinusslijmvlies opgetilt en de ruimte die daarbij ontstaat opgevuld met eigen bot of een botvervangingsmateriaal. Hierdoor wordt bijkomende boothoogte gecreëerd, waardoor lange implantaten kunnen geplaatst worden. Indien nog 4-5 mm residueel bot aanwezig is, kan een sinuslifting gecombineerd worden met het plaatsen van de implantaten in dezelfde zittijd.


Minimaal invasief plaatsen van implantaten gebruik makend van op CT-scan gebaseerde computerplanning (Nobel Guide-technologie) 
Hierbij wordt gebruik gemaakt van CT-scan om een 3-dimensioneel beeld te maken van de kaak van de patient.   Vervolgens worden de implantaten virtueel geplaatst en wordt de planning vastgelegd in een virtuele chirurgische richtplaat.  Deze informatie wordt via e-mail naar Zweden verstuurd, waar een stereolithografische printer de chirurgische richtplaat maakt.
Op het moment van de chirurgie wordt de richtplaat in de mond geplaatst, de boorkanaaltjes worden geboord zoals aangegeven door de cylinders die voorzien zijn in de chirurgische richtplaat, en de implantaten worden naar de geplande positie geleid doorheen deze cylinders (“guided dental implant placement”). De cylinders in de richtplaat  bepalen dus de plaats, richting en diepte van de implantaten.
Deze werkwijze veroorzaakt aanzienlijk minder pijn en zwelling dan de open methode en laat een zeer nauwkeurige planning toe. In de meeste gevallen is onmiddellijke belasting van de implantaten d.m.v. een voorlopige brug toegestaan.


Wat zijn de behandelingsmogelijkheden bij een volledig tandeloze onderkaak?
De eerste mogelijkheid is een overkappingsprothese te maken die vastklikt op twee balattachementen of een bar tussen de twee implantaten. Deze optie biedt bijkomende stabiliteit aan de prothese tijdens het kauwen en spreken, maar een lichte mobiliteit van de prothese achteraan blijft aanwezig vermits de prothese achteraan afsteunt op het tandvlees.
De tweede mogelijkheid is een overkappingsprothese te maken op 4 implantaten onderling verbonden met een bar. Het voordeel is dat de prothese vaster zit dan bij de eerste optie. De prothese blijft uitneembaar voor reiniging en onderhoud. De derde mogelijkheid is een vaste brug te plaatsen op 4 of 5 implantaten. Deze oplossing benadert het meest de situatie van eigen natuurlijke tanden.
De derde mogelijkheid is een vaste brug te plaatsen op 4 implantaten. Deze oplossing benadert het meest de situatie van eigen natuurlijke tanden. De open methode of de minimaal invasieve methode gebruik makend van op CT-scan gebaseerde computerplanning (Nobel Guide) kunnen toegepast worden.   Wanneer 4 implantaten geplaatst worden in de onderkaak is het in de meeste gevallen toegelaten onmiddellijke belasting met een voorlopige brug toe te passen.


Wat kan gedaan worden indien alle tanden ontbreken in de bovenkaak?
De standaard benadering voor de volledig tandeloze bovenkaak is een vaste brug op 4 implantaten (All-on-4) gebruik makend van op CT-scan gebaseerde computerplanning (Nobel Guide).  De achterste implantaten worden schuin geïnclineerd onder een hoek van 40-45° naast de maxillaire sinussen. Op die manier kan een bilaterale sinuslifting vermeden worden. In de meeste gevallen is onmiddellijke belasting met een voorlopige brug toegestaan.